Welke humor blijft nog over als humor niet aanstootgevend mag zijn?

(Verschenen in de morgen 17/06/2020)

De verwijdering van een aflevering van Fawlty Towers door de BBC beroert de gemoederen. Mediabedrijven liggen door de Black Lives Matters-beweging momenteel onder druk om in detail te onderzoeken of ze programma’s aanbieden die niet (meer) door de beugel kunnen. John Cleese heeft zich intussen al uitgesproken tegen het verbannen van de aflevering en het stompzinnig genoemd, en critici rijzen als paddestoelen overal uit de grond. Er is veel verontwaardiging, dat is duidelijk, maar zijn deze vormen van (zelf)censuur ooit te verantwoorden?

In elke discussie rond de (on)aanvaardbaarheid van de censuur van specifieke culturele uitingen is het van belang om een genuanceerd beeld te vormen van de historische en sociale context waarin ze tot stand kwamen. Helaas knelt het schoentje daar al meteen: te vaak smijt men in discussies alles op één hoop en blijft het feit dat iemand aanstoot aan iets kan nemen nog als enige dimensie in de analyse over. De nuance en contextgevoeligheid zijn dan ver te zoeken en dat leidt ertoe dat mediainstellingen als de BBC het “better safe than sorry” principe handhaven en zaken verwijderen of onbeschikbaar stellen, zelfs als er niet eens iemand om gevraagd lijkt te hebben.

Het is uiteraard terecht dat bepaalde films en series niet meer uitgezonden worden omdat we vandaag de dag zien dat ze veel te racistisch zijn. Vooral bij oudere films is de aanstoot vaak zo duidelijk dat we er niet naast kunnen kijken, maar als we de beoordeling van de toelaatbaarheid van hedendaagsere comedy reduceren tot het criterium van aanstootgevendheid, dan komen we al snel op glad ijs terecht. Comedy drijft op aanstoot, en als je dit component van opzettelijke controverse eruit snijdt krijg je een resultaat à la FC De Kampioenen (ik ga er nu even vanuit dat deze serie voor niemand aanstootgevend is); een duffe familiesitcom. Dat kan entertainend zijn, maar net dergelijke shows zijn vaak spreekbuizen van de meest conservatieve en systeembevestigende praktijken in onze samenleving. Humoristische sitcoms zonder controversiële elementen hebben door hun voorspelbaarheid een McDonalds-effect: een homogene hamburger cum cola van grappen die psychologisch bevredigend is omdat hij ons nooit verrast. We moeten durven om van goede comedy iets meer te vragen, op zijn best kan het genre een kritische functie hebben die de macht in vraag stelt. Comedians hebben dan wel een zekere vrijheid nodig.

De beste comedians van het moment zijn zo goed omdat ze lid zijn van een bepaalde identitaire minderheid en ze vragen rond aanstoot geven niet telkens moeten stellen. De comedians Key & Peele gaan daarbij verder dan de eigen identitaire niche, spelen met clichés over Mexicaans-Amerikaanse bendeleden, een ondenkbare transgressie voor hun witte collega’s. Een ander interessant geval is de film White Chicks van de Wayans broers, waarin de protagonisten in whiteface blanke, rijke middenklassevrouwen bespotten. Hier is de spot toegestaan omdat het gaat om de kritiek van een minderheid op leden van de dominante meerderheid. Alweer is het belang van deze context zeer belangrijk, blackface is dom, pijnlijk, whiteface kan wel. Deze contextgevoeligheid impliceert dat comedy door de tijd heen plots aanstootgevend kan worden. Bij de beoordeling van wat we vandaag in de culturele vuilbak smijten is dat een overweging van groot belang.        

Comedy moet kunnen beledigen en bekritiseren, maar elke comedian kan zich ongeacht de identitaire groep daarbij wel speciaal de vraag stellen wie zij op de korrel neemt en waarom. Naar beneden schieten is verwerpelijk, iemand die al op zijn buik schop je niet. Niet eenvoudig, die voortdurende zelfanalyse, maar zowat elk beroep is de afgelopen 20 jaar complexer geworden en comedian is geen uitzondering. Onze criteria voor wat er een toegelaten culturele uiting is veranderen voortdurend, dus oudere culturele producten moeten we altijd in hun brede context bekijken. Minderheden en subculturen met ooit scherpe humoristische kritiek kunnen deel van de meerderheid worden en hun humor kan dan plots heel wrang lijken, zoals bij de boomers.

Veranderende gevoeligheden zijn geen voldoende voorwaarde voor censuur, maar we kunnen kritisch zijn over producten uit het verleden die nu te wrang smaken en ergens een lijn trekken. Dat bepaalde films of series niet meer verdeeld worden door de massamedia wil ook niet zeggen dat ze helemaal niet meer beschikbaar hoeven te zijn. België is er met zijn liberale grondwet altijd vanuit gegaan dat volwassenen op een volwassen manier hun verstand kunnen gebruiken en zelf kunnen bepalen wat er niet door de beugel kan. Er kan duiding zijn, maar totale censuur is meestal geen adequate reactie, en verboden vruchten lijken altijd lekkerder.