De verkiezingen naderen en naast de voortdurende advertenties van politici en hun boodschappen moeten we online ook een steeds groter wordend arsenaal aan stemtesten trotseren. Er zijn verschillen tussen de specifieke testen, maar ze volgen altijd ongeveer wel hetzelfde elan: je moet beoordelen hoe akkoord je gaat met een aantal stellingen en op het einde van je klikreis krijg je dan de politieke bestemming die het beste bij je past. Maar wat moet je eigenlijk met zo’n resultaat?
Het moet je maar overkomen, je wilde weer op die centrumpartij stemmen waar je al jaren op stemt, je doet voor de pret of uit interesse de stemtest en er komt plots een heel andere partij bovenaan te staan. Misschien zag je jezelf al je hele leven als een centrumrechtse christendemocraat met een blauwe saus en nu blijkt plots dat je een linkse ecologist bent met marxistische hagelslag. Je zou voor minder een acuut geval van cognitieve dissonantie krijgen.
Moesten je herinneringen aan die introductiecursus psychologie een beetje roestig zijn: cognitieve dissonantie werd in 1957 door Leon Festinger geïdentificeerd en duidt op het onaangename gevoel dat je krijgt als je overtuigingen hebt die tegenstrijdig zijn met je andere ideeën.
Om dat onaangename gevoel op te lossen kan het dan logisch lijken om de nieuwe informatie te negeren en toch voor je oude vertrouwde keuze te gaan. Jij kent jezelf immers het beste en zo’n test is toch maar oppervlakkig, niet?
Over die zelfkennis zullen we maar niet twisten en dat zulke tests oppervlakkig zijn, of alleszins weinig ruimte laten voor nuance staat ook buiten kijf. Eigenlijk zou je alle programma’s van de partijen volledig moeten lezen om je volledig te kunnen informeren.
Maar dan ben je wel even bezig: het programma van Groen bestaat uit een behapbare 84 pagina’s, N-VA en Vlaams Belang gaan al eerder naar de 100 pagina’s en Vooruit waagde zich deze verkiezingen aan het schrijven van een turf van 288 pagina’s.
e kan je natuurlijk ook beperken tot de onderwerpen die je zelf het belangrijkst vindt, en die dan goed lezen en bestuderen. Het is alleszins duidelijk dat dit redelijk wat tijd en energie vergt, je hebt sowieso wel wat studiewerk voor de boeg en die fut en ruimte heeft natuurlijk niet iedereen.
PROGRAMMA’S VS. REALITEIT
En daar stopt het niet, want zo’n programma zegt wel wat de partij denkt, maar reflecteert het ook echt hoe de kandidaten zelf stemmen in bijvoorbeeld het parlement?
Zo spreekt het Vlaams Belang in zijn programma over fiscale autonomie voor Vlaanderen, over eerlijke belastingen en meer koopkracht, maar verdedigen zijn Europarlementariërs ondertussen wel vooral de ondernemingen op fiscaal vlak en stemden ze in 2020 tegen het opstellen van een zwarte lijst van Europese lidstaten die intense taxshelters aanbieden.
Het is iets dat voor alle partijen geldt (maar voor de extremere het meest): er is vaak nogal een verschil tussen wat ze zeggen te doen en wat ze echt doen. Je kan, oh wonder, reclame van partijen dus niet vertrouwen. En dan zijn er nog de nieuwsmedia en de pers.
De rare paradox van de stortvloed aan informatie die er elke dag via onze schermen op ons netvlies komt, is dat mensen er volgens onderzoek toch steeds meer naar verlangen om correct geïnformeerd te zijn.
Uit het jaarlijkse Digimeter-onderzoek van Imec kwam dit jaar naar voren dat jongeren zich weliswaar nog voor 80 procent informeren via sociale media, maar dat vele jongeren ook zodanig ongerust zijn over fake news dat de traditionele nieuwsmedia toch weer in opmars zijn.
Dat is, gesteld dat u houdt van de democratie, wel enigszins goed nieuws, maar het wil zeggen dat het overgrote deel van het nieuws dus nog steeds niet via betrouwbare bron tot hen komt.
GOED NIEUWS
In een informatieklimaat waar er geen kans is op echte intellectuele inspanning, studie en verdieping en men voortdurend met niet-objectieve bronnen wordt overspoeld, is de cognitieve dissonantie die ontstaat na een onthutsend stemtestresultaat sowieso een goede zaak. Het resultaat is in zulke omstandigheden de getrouwste weerspiegeling van wat iemand echt belangrijk vindt die er bereikt kan worden.
Mijn advies over het digitale stemadvies luidt dan ook om jezelf te kennen. Als je een politieke nerd bent die alles uitpluist om achter de waarheid te komen, dan kan het zijn dat je resultaat inderdaad niet genuanceerd is voor je.
Als je denkt een politiek persoon te zijn, maar je in werkelijkheid al je informatie haalt uit tendentieuze posts van mensen met activistische neigingen of van politici zelf dan kan je beter het resultaat van de stemtest volgen.
Je kan dat laatste natuurlijk ook níét doen, maar dan is er een grote kans dat je stemt tegen wat je echt belangrijk vindt, uiteindelijk.
