Waarom viruswaanzin de waan van de dag is?

(Verschenen in De Morgen op 13/09/2020)

“Geef ons onze glimlach terug”, las ik meesmuilend voor terwijl ik iemand die ik erg waardeer al scrollende aan het phubben was, “die lui van viruswaanzin zijn me toch halvegaren.” Er werd meteen een frons op me afgestuurd. “Ze hebben wel een punt”, zei ze met een gezicht alsof ze vloekte. Ik had geen zin in nog maar eens een lange discussie, dus ik zweeg. Maar bij deze, nee lieve vriendin, ze hebben geen punt. Hun lichtvoetige en roekeloze optimisme getuigt eerder van een hemeltergende kortzichtigheid.

We zijn het virus, en vooral ook de daarbijhorende virusmaatregelen, beu. Alle begrip, het is een lange uitputtende strijd aan het worden. Minder begrip heb ik voor het feit dat vele van zelfs de meest redelijke mensen in mijn directe en digitale nabijheid van voorzichtige toepassers van de viruswetten veranderd zijn in corona-negationisten, die het virus op gelijke hoogte plaatsen met een banale griep. “It’s only a flesh wound”, zei de zwarte ridder wiens arm werd afgehakt in Monty Python &The Holy Grail.

De twijfelachtige titel van meest extreme corona-ontkenners komt toe aan de mensen van de VZW Viruswaanzin, van wie Jeff Hoeyberghs de bekendste is. Ze voeren een juridische strijd tegen de coronamaatregelen en hielden in augustus nog een manifestatie (zonder zich een fluit aan te trekken van de maskerplicht of social distancing) waarbij ze het ontslag van Marc van Ranst eisten. Hun website is een samenraapsel van gecherrypickte wetenschappelijke feiten, sterk polemische claims en klinkklare nonsens.

Centraal op de homepage van die website staat “geef ons onze glimlach terug” en dat is, toegegeven, een geniale slogan. Er straalt een soort van humanistische warmte uit die de wetenschappers en de overheid lijken te ontberen. Maskers dragen, afstand houden, ontsmetten, kinderen die niet naar school kunnen, en dan nog het economische verlies, het zijn geen suikerpillen. Gewoon de glimlach terug, hoeveel liever, leuker en warmer. Toch?

Als we terugkijken naar april, naar de turnzalen gevuld met lijken en de hyperdramatische situaties in de ziekenhuizen, dan valt er niet veel meer te lachen. Meer bewijs van de uitzonderlijke efficiëntie van dit virus zouden we niet nodig moeten hebben, naar die beelden kijken is een memento mori, een pijnlijke herinnering van onze kwetsbaarheid, onze fragiliteit. Maar het is hard om zien, die opeenstapeling van lijken, wenende moeders met dode zonen, huilende zonen met dode moeders, de media tonen het liever niet meer, mensen zappen weg.

Dat is alweer begrijpelijk, uiting van een universeel menselijk trekje; als we kunnen wegkijken dan doen we het. Sociaal psycholoog Jonathan Haidt beschrijft dat mooi in zijn indrukwekkende boek ‘The righteous mind’. Als het gaat om oordelen wat er goed en wat er slecht is, dan is de rationaliteit vaak ver te zoeken. Vaker gaan we eerst onze emotionele intuïties aanspreken, om daarna te zoeken naar een rechtvaardiging. Met andere woorden, als je maskers dragen niet tof vindt en je gelooft dat het niet werkt, zal er geen bewijs ter wereld je kunnen overtuigen van het tegendeel. In deze tijden waarin we een erg groot arsenaal aan mogelijkheden hebben om het bewijs te zoeken dat ons het beste uitkomt is dat een groot probleem.

Wetenschap biedt een uitkomst voor dat probleem. Ook individuele wetenschappers zijn mensen, en ze zullen dus vaak hun eigen vooroordelen proberen te bevestigen en te bewijzen, maar doordat wetenschap een wereldwijde sociale praktijk is worden incorrecte veronderstellingen er (uiteindelijk) uitgefilterd. De kritiek die wetenschappers elkaar geven is meedogenloos, en gelukkig maar, want het zorgt ervoor dat je je in de wetenschappelijke gemeenschap belachelijk maakt als je je mening niet bijstelt als die incorrect blijkt te zijn.

Wetenschappers vliegen elkaar dus vaak in de haren, en dat is vaak niet fraai, en het lijkt dan ook alsof ze ook maar wat doen, alsof ze het ook allemaal niet weten en er geen doelgerichtheid achter deze schermutselingen zit. Maar dat klopt dus niet, net de lelijkheid van het wetenschappelijke proces verzekert haar effectiviteit en uiteindelijk de waarheid van haar uitspraken. Maar soms is het niet nodig om aan wetenschapsfilosofische reflectie te doen om de waarheid in het oog te krijgen. Soms volstaat het om een paar maanden terug in de tijd te duiken, en door te beseffen hoeveel erger alles kon zijn, door in het oog te houden hoe onze individuele kwetsbaarheid zich kan vermenigvuldigen tot een solidaire superkracht, om zo voorbij de bittere smaak van het heden een mogelijk mierzoete toekomst te proeven. Het virus is waanzinnig, maar de maatregelen om het te bestrijden niet.