Waarom ik straks niet naar het secundair onderwijs terugkeer

Uit De Standaard 26/08/2017

In België rollen veel mensen in het onderwijs in plaats van er bewust voor te kiezen. Die pragmatici zijn meestal snel teleurgesteld. Toch nodigt het systeem vooral hen uit om te blijven. De idealisten, waartoe Frank D’Hanis zichzelf rekende, haken af.

Wat sommige (populistische) politici ook mogen beweren: werkloos zijn is geen pretje. Een hoger diploma in de menswetenschappen hebben en overal keer op keer de deur gewezen worden, al helemaal niet. Toch weegt de stress van de werkloosheid niet op tegen die van een job als lesgever in het secundair onderwijs. Tijdens het vorige schooljaar ben ik op drie aparte momenten bijna eronderdoor gegaan en voelde ik de gevolgen van de stress op mijn ­fysieke gezondheid. Daar pas ik liever voor.

Voor veel mensen die in een andere sector werken, is een job in het ­secundair onderwijs een theoretische mogelijkheid die geweldige kansen biedt. Helaas is het een beetje zoals ongezond snoep dat je in een impuls aan de kassa van de supermarkt mee hebt gegrist: het ziet er verleidelijk uit, maar je krijgt er na de eerste rush snel buikpijn van.

Ik heb het al een paar keer van dichtbij meegemaakt. Mensen maken een snelle overstap naar het onderwijs, want: meer vakantie, meer tijd voor de kinderen, meer levenskwaliteit. Right? Keer op keer valt het tegen, want als je voor het onderwijs kiest, moet je overtuigd zijn, moet je een haast evangelische missie hebben, moet je passioneel van lesgeven en van de leerlingen houden, en moet je het vooral niet doen voor de randvoorwaarden. Anders houd je het nog geen maand vol, zo zwaar is het.

Trieste woestijnen

Helaas is de situatie die in België domineert net de bovenstaande: je rolt hier vaak in het onderwijs, in plaats van er bewust voor te kiezen. Exacte wetenschappers die niet in het onderzoek terechtkunnen, menswetenschappers die overal de deur gewezen worden, mensen die afgedankt worden in de privésector, hoogopgeleiden met doctoraten die over een niche gaan, kunstenaars die niet genoeg geld kunnen verdienen, allemaal kunnen ze in het onderwijs terecht, als ze maar een masterdiploma hebben. Je volgt ondertussen gewoon een jaar lerarenopleiding aan de universiteit (of niet, er is geen directie die er echt om geeft) en je bent klaar voor een behoorlijk comfortabele job in een school.

Maar lesgeven aan tieners is zoals elke andere job: de eerste twee jaar heb je geen flauw benul van waar je mee bezig bent, opleiding of niet, en die zware jaren moet je doorploeteren, het liefst zonder al te veel permanente psychologische beschadiging. Een studie uit 2014 leert dat bijna één op de vier leerkrachten in het secundair onderwijs binnen de vijf jaar afhaakt. Dat was volgens de studie veel meer dan in het kleuter­onderwijs en het basisonderwijs. Vooral mannen haken massaal af.

Behalve de loodzware administratie van de job – die niet alleen bestaat uit de lesvoorbereidingen maar ook uit duizend-en-een matrices die je voor elke test en voor elke leerling moet invullen en die constant veranderen, wat wegens tijdgebrek meestal in het weekend moet gebeuren – en de inherente moeilijkheden van het publiek waarvoor je spreekt, zijn veel Vlaamse scholen ook trieste woestijnen van half gebroken, disfunctionele individuen.

Minachting voor leerlingen

Ik zou daar intussen honderden voorbeelden van kunnen geven, hoewel mijn ervaring in het secundair onderwijs alles bij elkaar genomen beperkt is. Ik ontmoette drommen collega’s met een ernstig alcoholprobleem en een vaste benoeming, en ik zou zelfs zeggen dat het de regel is dat er op grote scholen minstens twee collega’s zijn van wie het drankprobleem een publiek geheim is. In bepaalde (gelukkig niet alle) leraarskamers maken gefrustreerde individuen voortdurend seksuele en racistische opmerkingen over leerlingen. Ik ken leerkrachten die een onverhulde minachting hebben voor alle leerlingen, wie ze ook zijn. Ik heb leerkrachten ongepaste opmerkingen horen maken over leerlingen met autisme. Ik kende een collega die zijn hond elke dag mee naar school nam. Toen ik er hem eens naar vroeg, zei hij boos dat het zijn enige vriend was en leek hij mij te willen slaan. Ik kan nog wel een tijdje doorgaan. Dat is geen situatie die je verwacht in een job waarin idealisme erg belangrijk is. Dit zijn de mensen die je kinderen dag in dag uit voor hun neus krijgen. Het algemene gevoel dat je in zo’n ­leraarskamer krijgt, is dat een deel van de mensen er alleen is omdat ze niet het gevoel hebben dat ze buiten het onderwijs (nog) carrière kunnen maken.

Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) beweert dat ze de ­onzekerheid van beginnende leerkrachten begrijpt. Wel, ik betwijfel het. In dit systeem worden de pragmatici uitgenodigd om te blijven hangen en krijgen de overtuigden steeds weer lik op stuk. Wil je het onderwijs echt aantrekkelijker maken? Zo moeilijk is het niet. Schaf vaste benoemingen volledig af, werk aan een echte leerkrachtenopleiding voor masterstudenten, voer campagne om de status van het beroep ook voor mannen te verhogen en verlaag de administratieve last: het zijn enkele dingen die zelfs zonder enige reflectie meteen duidelijk zouden moeten zijn.

Ik vind lesgeven nog altijd geweldig, ik heb jaren met vreugde in het hoger onderwijs gestaan, maar voor de situatie in het secundair onderwijs pas ik voorlopig liever volledig. Dat is jammer.